|
Het overhemd kan worden gezien als de eerste vorm van kleding van de mens, allereerst trokken zij een lap over het hoofd (vergelijk dit met een poncho) pas later kwam men op het idee om de zijnaden dicht te naaien en zo onstond het hemd. In de eerste plaats werd het hemd gedragen door de arbeider, een heer van stand liep nooit in zijn hemd, maar bedekte deze en liet zo zien dat hij niet tot de werkende klasse behoorde. In het oude Egypte droeg men voornamelijk wit linnen, behalve dan als je als slaaf geboren werd, een slaaf was meestal bloot of was voorzien van een lendedoek.

In de middeleeuwen werd het hemd voornamelijk gemaakt van wol of linnen, wol tegen de koude en linnen voor de warmere temperaturen. In deze periode is ook de boord onstaan, een losse band aan het gat van de nek die men dicht kon snoeren. Deze kraag kreeg in de 16e eeuw een forse omvang met plooien zoals we die nu nog kennen van Zwarte Piet. Het hemd word dan nog steeds over het hoofd aangetrokken met soms een wijde halsopening om te worden voorzien van een shawl of jabot. Pas in de vorige eeuw kreeg het hemd een andere vorm, met een langere achterkant zodat deze niet altijd uit de broek kroop bij het bukken (eerder werden de lange "slippen" van het hemd tussen de benen aan elkaar genaaid en deed zo dienst als onderbroek) en kwamen er schouderstukken waardoor het hemd beter in model kwam. Uiteindelijk werd ook een deel van de boord omgeklapt en zo onstond de boord zoals we die nu kennen. In deze tijd werd ook het overhemd gesteven en werden de kragen in model gehouden met baleinen die aan de achterzijde van de boord werden vastgestoken. Rond 1900 werd de voorkant volledig voorzien van knoopsluiting.
|